/ home / publicaties / boeken / Kantje moord / alternatief einde voor 'kantje moord'

Alternatief einde voor 'kantje moord'

'De keukendeur staat open.' Vanuit Jefs slaapkamer wijst Marie naar de achtergevel van het nummer 52 en ze fronst. 'Is Coralie aan het werk? Het is zondag.'

Jef komt achter Marie staan en legt zijn handen op haar schouders. Hij buigt zijn hoofd naar haar hals en bijt haar plagend bij haar schouderblad. Marie rilt. 'Ze halen het leeg.' Marie draait zich om. 'Leeg? Het hele huis?'

'Hm', knikt Jef. 'Mijn mooie meubeltjes vinden een nieuwe plek in de woonst van de vrouw van de notaris en andere leden van de Turnhoutse Freije-tak.'

'Ongelooflijk', mompelt Marie en ze draait zich weer naar het raam. 'En het huis?'

'Dat wordt verkocht. Kom je?'

'Zo meteen', zegt ze afwezig.

'We moeten een trein halen', waarschuwt Jef haar.

'Ik wil nog even naar binnen', zegt ze en haar ogen smeken om zijn begrip. Jef rolt met zijn ogen.

'Ik kan je niet overtuigen dat dat niet zo'n goed idee is?'

'Ik wil er nog een keer heen', zegt Marie met een koppige ondertoon in haar stem.

'Goed, goed', sust Jef. 'Dan zie ik je aan het station. Haast je.'

'Hm.' In gedachten is Marie al in het nummer 52.


Vijf minuten later is ze daar ook daadwerkelijk. Ze loopt door de keuken zonder meubels. Zelfs de buiskachel is weg, een kleine open plek achterlatend in de vloer. Marie bukt zich en strijkt over de tegeltjes die vader ooit legde. Dan peutert ze met haar nagels een tegel los. Ze kijkt even over haar schouder alsof ze angst heeft betrapt te worden en stopt de tegel dan in haar mand. Ze verlaat de keuken zoals ze het maanden deed, via de bediendentrap naar het bovenhuis. De serre ligt er verlaten bij en voelt, zelfs in de vroege lente, kil aan. Coralie ontfermde zich over de planten die in haar huisje in de Molenstraat een nieuwe plek vonden. In de woonkamer is het dressoir leeg en in de voorkamer, waar Marie werkte en zoveel herinneringen plakken, hangen enkel nog witte gordijnen. Marie loopt nog een trap op naar de tweede verdieping van het bovenhuis. Op de overloop aarzelt ze voor ze een blik in Godelieves zitkamer werpt. Daar staan nog de meeste meubels, tenminste dat denkt ze. De zitkamer kent ze minder goed. Ze kwam er enkel op zaterdag als Godelieve haar betaalde en meestal was ze te nerveus om rond te kijken. De secretaire met de geheime lade die haar redding werd, is verdwenen. Die gebruikt mevrouw van de notaris nu allicht al voor haar correspondentie.


Er rest haar nog een kamer. Op de drempel van Godelieves sterfkapel blijft ze staan. Ze zuigt de muffe lucht op en geeft haar ogen de kost. De gordijnen ontbreken en er stroomt rijkelijk licht binnen via het dakraam. De gipsen beelden herinnert ze zich nog, de kaarsen ook en natuurlijk de tegels bij de schouw. Marie loopt er heen als een vlek op het tapijt haar aandacht trekt. Bloed! Stokstijf blijft ze staan. 'Juffrouw Freije hing daar, gewurgd met haar kanten schouderdoek, een naald in haar hartkamer. Er sijpelde nog bloed uit de wond.' Marie hurkt neer. Haar mand schuift ze iets verder weg. Op de beige mat is in het bloed duidelijk een voetafdruk te zien. Een ronde afdruk voor het voetkussen en een kleine cirkel voor een hak. Dit is geen plas bloed die uit een zelf toegediende wonde sijpelde. Op haar hurken kijkt Marie het kamertje rond. De gebedsstoel staat tegen de schouw, onder de uitgestalde heiligenbeelden. De eerste keer dat ze dit kamertje betrad, stond hij in het midden, precies waar nu de bloedvlek prijkt. Marie knijpt haar ogen dicht en reconstrueert de gebeurtenissen van die fatale dag. Jef was vroeg vertrokken en zij bleef nog wat liggen. Waarom zou ze ook opstaan? Ze had geen werk meer. Voor acht uur doorkruiste Coralie de achtertuin naar het nummer 52. Rond negen pleegde Godelieve zelfmoord. Marie stelt zich voor hoe ze op de bidstoel kroop, haar evenwicht zocht en vond, de sluier rond de dwarsbalk gooide en hem rond haar hals bond. Hoe ze koelbloedig een naald in haar hart stak.


Ze schudde haar hoofd. Er klopte iets niet. Marie trekt de bidstoel naar zich toe, zet één voet op de lage knietrede, slaat haar lange jurk weg, buigt haar knie en zet haar andere voet op de hoge, platte handleuning. Tevergeefs probeert ze zich op te trekken. Hoe was Godelieve daar in godsnaam in geslaagd? Ze kon amper nog lopen. Marie zakt opnieuw op haar knieën en bestudeert nogmaals de vorm van de vlek.

'Stak ze zichzelf vooraf? Onmogelijk. Dan had ze de kracht niet meer gehad om op de stoel te kruipen en de schouderdoek over de balk te werpen.' Ongemerkt was Marie luidop beginnen denken. 'Ze is vermoord!' stoot ze plots uit. 'Dat is de enige verklaring. Iemand stak de naald in haar hart. Godelieve bleef even staan, misschien was ze verbaasd over de aanval, over wie haar aanvaller was. Toen ze viel, wond haar moordenaar de kanten doek rond haar hals en takelde haar omhoog aan de balk waar hij haar liet sterven. Maar waarom? Wie?' Marie hoort een gekraak en draait zich in volle paniek om. Als Jef in de deuropening staat, slaakt ze een zucht van verlichting en er komt een glimlach over haar gezicht. Als ze in zijn ogen kijkt, verstart ze helemaal. 'Nee!' gilt ze en ze zwaait wild met haar handen. 'Nee!'

'Toch', zegt hij dreigend zacht. 'Je was nog boven in onze slaapkamer, toen ik door de donkere tuin sloop, een breekijzer uit mijn werkhuis pakte en de keuken binnensloop. Coralie plukte wortelen in de groentetuin. Het was een koud kunstje', gaat hij op nonchalante toon verder. 'Een oude vrouw, weinig beweeglijk.' Hij haalt zijn schouders op. 'Ze was aan het bidden met haar sluier aan. Mooi werk, trouwens. Echt, Marie, je bent… heel vaardig.' Hij knijpt zijn oogjes tot spleten en doet een stap naar haar. 'Vaardig en … ' Hij kantelt zijn hoofd en proeft zijn woorden. 'Iets te slim.'

'Waarom?' vraagt Marie nog. 'Waarom deed je zoiets verschrikkelijks?'

Een antwoord komt niet meteen. 'Ik deed het voor jou', zegt Jef dan weinig overtuigend. 'De schande die ze over je familie bracht…' Maar Marie schudt haar hoofd.

'Geld', zegt ze, 'je wou haar geld.' Jef grijnst gemeen en haalt zijn schouders op.

'Ook goed.' Hij komt nog een stapje dichterbij. 'Het spijt me', zegt hij en het klinkt bijna alsof hij het meent, 'maar ik zal je moeten doden. Jammer. Het had zo mooi kunnen zijn, jij en ik, samen naar de grote stad… Maar nee… Marietje moest weer nieuwsgierig zijn.' Vanuit haar lage positie kijkt Marie naar hem op, tranen glinsteren in haar ogen en haar lippen trillen. Hij valt voor haar neer op zijn knieën. 'Geen zorgen, liefste', fluistert hij en hij legt zijn handen om haar hals, strelend nog. 'Ik zal snel zijn.'

'Ik ook', belooft Marie en ze trekt haar hand uit haar mand en mept vaders tegel zo hard ze kan tegen Jefs slaap. Zijn hoofd rukt naar links en er kraakt iets en zijn vingers lossen hun greep. Met een diepe zucht zijgt hij door zijn knieën voor haar neer. Bloed gutst uit de wonde aan zijn hoofd over de vlek op het tapijt.

'Wat gebeurt hier?' schreeuwt een stem in de deuropening. Marie kijkt op, maar slaagt er niet in recht te komen.

'Help', brengt ze zwakjes uit. Met trillende vingers strijkt ze een haarstreng uit haar ogen en ze wrijft ongemerkt Jefs bloed op haar voorhoofd.

'Wat is hier gebeurd?' wil notaris Freije weten. Hij trekt Marie recht en houdt haar in zijn armen. Ze beeft en haar tanden klapperen. 'Moor….de…naar', brengt ze haperend uit. 'Jef. Godelieve.' Vaders tegel valt uit haar krachteloze hand.

'Het komt allemaal goed', belooft notaris Freije. 'Ik zorg voor alles.' Marie knikt. Over haar schouder kijkt ze naar het bewusteloze lichaam van Jef aan haar voeten. 'Ik hield van hem', zegt ze, amper hoorbaar. 'Ik vertrouwde hem met mijn leven.'

'Ik weet het', sust notaris Freije. Wat onhandig streelt hij Marie's haren. 'Ik zorg voor alles', belooft hij nog een keer en met zachte hand voert hij haar de kamer uit.

EINDE