/ home / publicaties / boeken / Kantje moord / steun bij boekbesprekingen

Bij of na het lezen...

Om dat je meer uitleg wil, of omdat je een (gehate) boekbespreking moet maken...

Symboliek

Nooit voordien besteedde ik zoveel tijd en energie aan een verhaal. Het is ook extra lang geworden. Vanaf het begin wou ik hints in het verhaal stoppen – dat doe je met een moordverhaal. Maar bij Kantje moord wou ik meer – ik wou symbolen die in meer of mindere mate met de ontknoping te maken hadden, maar zeker een sfeerbeeld opriepen.

Zo is er het schilderij in hoofdstuk 1, sowieso een dankbaar hoofdstuk, omdat je bij de start van een verhaal dingen voor het eerst mag, moet vermelden.

De dood

Het schilderij verwijst naar de dood, die zekerheid die ons allen te beurt valt. Misschien verwijst het ook dan al naar juf Godelieve, die meer dood dan levend lijkt. De schedel op het schilderij geeft ook de verschillende fasen weer hoe Marie met de dood omgaat – eerst heeft ze schrik, dan voelt ze verdriet, uiteindelijk daagt ze de dood uit door recht in de lege oogkassen te kijken.

Het slakkenhuis op de kast moet de warmte, Gemütlichkeit van een thuis voorstellen. Het is nog maar de vraag of Godelieves rijke woonst voor haar ook werkelijk een thuis betekent.

De cameeoorbellen tonen een vrouwenprofiel. De sluier, het sluitstuk van het boek, moet een vrouwengezicht in vooraanzicht tonen. Met deze twee symbolen is een gezicht ‘af’. De achterkant van het hoofd toont immers geen mimiek en is daarom oninteressant (voor mij).

De verwijzingen naar ‘adem’ en ‘longen’ zijn niet zomaar woorden. Ze werden met zorg gekozen en verwijzen naar Maries vader die aan TBC lijdt.

Postmortale fotografie was een big thing in de 19e eeuw waar er zeer veel kindersterfte was. De foto van het dode meisje (hfdst 4) past natuurlijk in dit boek naast alle andere verwijzingen naar de dood. Als Jef Marie vertelt dat het meisje is gestorven aan de tering, kunnen we dat zien als een voorbode van wat Maries vader te wachten staat.

Ook in hoofdstuk twee wordt de lezer al voorbereid op de dood van vader. Zijn holle hoest, de warmte die uit zijn lichaam vloeit, …alsof hij zijn dochter voor het laatst ziet. Die laatste zin doet me denken aan mijn grootvader, die in zijn doodstrijd mij enorm indringend aankeek. Dertig jaar later herinner ik me die blik nog steeds. Ik vond het toepasselijk hem aan vader Edmond uit te lenen. Aan mijn oma van moederskant houd ik de herinner over van hoe ze, net als Coralie, of Coralie zoals zij het deed, brood sneed. Ook oma’s boezem was omvangrijk.

Vrijheid

In hoofdstuk 2 is er een duidelijke link tussen Pieters tekening waar een zwaluw, een trekvogel, wegvliegt, de vrijheid tegemoet en Marie die gevangen zit in haar armoede/ armoedig zolderkamertje. Toch zal ook zij wegtrekken – maar dat is vooruitlopen op de feiten. De ononderbroken muur van armoede die in Maries hoofd opkomt als ze de huisjes in haar steeg bekijkt, is ook een verwijzing naar gevangenschap, het niet uit een situatie kunnen ontsnappen.

In hfdst 4 is de verwijzing subtiel. Coralie geeft Marie een standje. Buiten fluit een vogel. Als Marie ‘gevangen’ zit, komt die tegenstelling met de vrijheid van een vogel. Hier lacht die vogel haar bijna uit.

In hfdst. 5 bij de bladerdans die Marie vanuit de serre gadeslaat, komt daar nog iets bij: anonimiteit.

Niet enkel Marie zit opgesloten in haar armoede, ook Zuster Germaine zit opgesloten in het klooster. Hfdst. 7 besluit met de dichtvallende kloosterdeur die een heel andere wereld afgrenst.

Geloof

Religie speelt een grote rol – dat leek me evident bij het schrijven van een boek uit de 19e eeuw – maar het is ook een voorbode van het centrale thema van het verhaal. Religie uit zich o.a. in de scènes in de kerk, in de kapel in de Herentalsstraat. Vader die antiklerikaal is, vormt hier een contrast. Hij maakt als enige grapjes over de kerk. (vb. hfdst. 2 ‘de weg naar God verloopt in zigzag.’)

Jufrouw Godelieve richtte boven in haar huis een kerkkamer in, met in de tegelwand aan de schouw de elementen uit Jezus’ lijden.

Op het einde van het verhaal, op de zevende dag, een heilig getal, gebeurt er iets heel belangrijks voor Marie.

Bloemen

De bloemen in het verhaal spelen uiteindelijk een minder grote rol dan ik oorspronkelijk plande. Toch lette ik erop om voor de verschillende seizoenen andere bloemen te vernoemen. Hortensia’s aan het begin van het boek, begin oktober.

Een van de twee meisjes op de foto die Marie voor het eerst opmerkt in hfdst. 4 houdt een witte roos vast, het symbool van zuiverheid, onschuld, leven. Dat precies het dode meisje die roos in haar handen houdt, wijst op het geloof dat er na de dood nieuw leven ontstaat.

Net zoals in hfdst 1, waar Godelieve om vergeving bidt, slaat ze ook in hfdst 2 een kruis. Het zijn twee elementen die verwijzen naar de ontknoping van het boek.

In hfdst. 8 vindt Marie een doodsprentje in het receptenboek van Coralie. Natuurlijk is dat haar overleden man, August. De distel is geen toeval. De plant is het symbool van tegenspoed en kwel, maar ook van onafhankelijkheid. (in die hoedanigheid is het ook het symbool voor Schotland) Coralie zelf is een onafhankelijke dame die in eigen levensonderhoud voorziet. De distel past dus in meerdere opzichten bij haar.

De chrysanten in Joséphines zolderkamertje staan voor trouw, eerlijkheid en vriendschap en zijn, gezien het verloop van het verhaal, wat ironisch bedoeld.

Madeliefjes zijn het symbool voor de maagdelijkheid. De vrouwen klosten madeliefjes op de achterpanden van de schouderdoek. Vanuit hun opzicht verwijzen de bloemen naar de maagdelijkheid van hun ongehuwde opdrachtgeefster. Marie weet ondertussen beter.

De krokussen in de kloostertuin duiden in de lente op een nieuw leven, maar dat lijkt evident.

Personages

De straffen die Zuster Odrada uitdeelt, vond ik in het schoolleven van mijn moeder, die me vertelde dat ze op de rooster op de speelplaats moesten staan, waar het tochtte. Een zuster, ik herinner me haar naam niet meer, sloeg me met een liniaal op mijn vingerknokkels, toen ik in het laatste kleuterklasje zat. Waarom? Ik was linkshandig!

Met Jef in het verhaal moet er zich natuurlijk ook een romance afspelen. Dat wou mijn romantische ziel. Jef ziet Marie zelfs vanaf hun eerste ontmoeting, maandag 2 oktober, meer dan zitten. Marie is verlegen en weet niet meteen raad met zijn directheid. Coralie weet meer van Jef, dat laat ze tijdens het middageten blijken als ze alludeert op ‘opnieuw in de problemen te komen’. Het zal pas in het laatste deel van het boek blijken wat ze daarmee bedoelde.

Kasteel

Meer dan haar eigen huis, speelt het kasteel van Turnhout een rol. Al in hfdst. 4 wordt verteld dat Marie het kasteel goed kent, doordat ze het zo vaak al kloste. Tot haar schade zal Marie het kasteel nog zeer goed leren kennen…

Handen

Geen idee of het opviel, maar ik schrijf veel over handen, vooral over Maries handen en vingers. Dat is met opzet. Kantwerk is handwerk en handen en vingers zijn voor een kantwerkster zeer belangrijk.

Prospectie

Vooral het lot van vader wordt voorbereid in meerdere zinnen. Maar ook Maries lot wordt ingeleid door een zin in het begijnhof als haar schouderdoek in een kast wordt gestopt. Die dingen zijn natuurlijk geen toeval…